07 september 2009

Nieuw nieuw nieuw

Nieuw avontuur, nieuwe blog!

Alles over mijn terugkeer naar Bolivia lees je vanaf nu op http://blondinbolivia.wordpress.com/

04 augustus 2009

Baila baila!

Aangezien ik ook met mijn multimediale twittertijd mee moet gaan, hier een proefje. Nog een restje Caribisch Colombia!




Deze dansgroep kwamen we een aantal keren tegen op straat in Cartagena. En ze swingen de pan uit. Helaas maar een filmpje, de rest weggegooid vanwege alle ruimte die ze op mijn geheugenkaartje innamen.

30 juli 2009

Zes uur

En toen was het net alsof ik slechts een lange vakantie had beleefd. Met een wel heel bijzonder souvenir dan, dat ik nog dagelijks spreek over skype, telefoon of op msn.

Nadat mijn voeten de Nederlandse bodem raakten op Schiphol, raakte ik in sneltreinvaart weer in het ritme. Met frisse tegenzin schoof ik koud een week na mijn landing weer van negen tot vijf achter de computer in Hoofddorp. Maar: vol goede moed. Snel weer aan de slag, snel weer terug.

Na een paar weken van optimisme, komt de postBolivia-dip. De dropjes smaken zo lekker niet meer, iedereen is omhelsd, gezoend en bijgepraat, de nieuwe huizen zijn bezocht, de trouwkaarten ontvangen en ik heb de Nederlandse kust al weer van dichtbij mogen bewonderen. Ik word ondergedompeld in nieuws en non-nieuws en stap iedere morgen weer in de trein tussen het overige werkvee. In tegenstelling tot mijn veronderstelling (Nederland = saai = er verandert nooit wat), heeft de tijd niet stilgestaan en kom ik er achter dat ik zo af en toe toch iets over het hoofd heb gezien. Een zwangerschap, nieuwe relatie of iets anders uit die categorie.


Concentreren valt niet mee vanuit het Amsterdamse kantoorpand. Regelmatig dwalen mijn gedachten af naar Bolivia, waar ze zich zes uur vroeger op de wereld bevinden. Zit ik al uitgebreid aan de lunch, dan slapen ze daar nog. En wanneer ik mijn bed opzoek, begint daar pas de vrije avond. Vanachter mijn grijze bureau blader ik soms stiekem even door mijn digitale foto’s. En denk ik terug aan de kids die tegen me opsprongen, hun stugge haren en ondeugende blikken. Aan de mooie plekken, bijzondere en gezellige momenten en mijn eerste Spaanse taalblunders. En vooral aan die leuke Boliviaan waar ik zo graag naast wakker word en waarmee het leven iedere dag een feestje is.


Dus: ik tel al weer af!


De plannen voor vertrek zijn in de maak. Tot begin december geniet ik van iedereen om mee heen en alle mooie momenten die nog staan te wachten.

Ik doe al wel vast een oproepje:
Ga je een nieuwe camera kopen? Of heb je nog een oude liggen? Please, doneer de oude (digitale) camera aan mij! Bij mijn terugkomst in Sucre ga ik het krantje overnemen dat mede door de kids van Nanta wordt gemaakt en verkocht. Ik zou heel graag de jongeren zelf op pad willen sturen met een camera. Het enige wat deze moet kunnen, is foto’s maken!

28 juni 2009

Een nieuwe wereld

Kom ik thuis om er achter te komen dat...

- ik ontzettend verschrikkelijk achterloop omdat ik niet minstens acht verschillende leggings in de kast heb hangen.

- Jan en Yolanthe uit elkaar zijn (echt? ja echt! Dat nieuws heeft zelfs Bolivia bereikt)

- Humberto Tan RTL Boulevard presenteert. Humberto Tan!!

- 'We' talentenjachten, alias afzeiktv, nog stééds leuk vinden.

- Sonja Bakker haar strijd tegen de kilo's én haar accent nog steeds niet heeft opgegeven.

- Den Haag één grote bouwput is.

- De strippenkaarten weer duurder zijn geworden.

- Drop en frikandel speciaal nog nét zo lekker smaken als voorheen, terwijl ik me afvraag wat ook al weer dat speciale van chocoladehagelslag was...

- ik er niet was op die dag dat het zo hard bliksemde en onweerde (ja, die dag..)

- Michael Jackson een concerttoer had gepland. Had.

- vliegtuigen met bosjes uit de lucht vallen, net als de 'sterren' er met bosjes bij neer vallen.


- er nog steeds geen wereldvrede is, we het ontzettend zwaar hebben want we zitten in een crisis en ik aan het eind van de zomer een stuk meer getrouwde vriendinnen ga hebben.

- toiletpapier hier in het toilet moet. O ja!

- ik moet 'twitteren' in plaats van 'hyven' en facebook zoooo 2008 is.

12 juni 2009

Op de terugweg

Na de twee koudste dagen en nachten van mijn leven ben ik dan toch aangekomen in Buenos Aires. Afscheid nemen in Sucre was zo goed als onmogelijk en het verlangen om terug te keren en om te draaien tijdens de vierenveertiguur durende trip was immens, maar het verlangen om de thuisblijvers te zien blijkt toch nét iets groter. Als voorbereiding had ik gelukkig véél laagjes kleren bij me die ik allemaal, inclusief trainingsbroek over jeans, heb aangetrokken. Uit ervaring wist ik dat de reis Sucre - Villazon (grens Bolivia) koud zou worden, maar hield mezelf op de been met de gedachte dat ik tijdens de tweede etappe uitgebreid zou kunnen opwarmen. Niet dus. Hoewel me in het kantoor verzekerd werd dat er verwarming in de bus zat, was me tijdens de trip al snel duidelijk dat dát niet het geval was. De dame naast me die haar nieuwe Boliviaanse aankoop, een grote en heel warme deken, gelukkig over de grens had weten te krijgen bleek mijn redding. Want de wolkjes die ik ´s ochtends uitblies en het ijs (!!) aan de binnenkant van de ramen zei wat mij betreft genoeg. Misschien toch een teken dat het tijd is voor vertrek uit Zuid-Amerika? Dit weekend breng ik nog door in Buenos Aires, waar ik zaterdagochtend Kate ontmoet en snel daarna haar Argentijnse vriend. En dan is het maandag echt tijd voor de laatste etappe richting Nederland.




  • Voor de belangstellenden, mijn vluchtgegevens:
  • Maandag 15 juni : Buenos Aires - Madrid (IB) 6842
  • Dinsdag 16 juni: Madrid - Amsterdam (IB) 3254
  • De aankomst op Schiphol is gepland om 11.20 uur




(met Kate op Isla del Sol)

03 juni 2009

Bolivia op zijn best

Mijn terugkomst in Bolivia is inmiddels al weer even geleden, maar het voelt alsof het nooit anders is geweest. Voordat ik de terugreis ga ondernemen richting family, friends, drop, een warme douche, frikandellen speciaal, oude kaas, het strand en fietspaden, toch nog even een samenvatting van de afgelopen weken. Waarin ik weer met open armen werd ontvangen en verschillende uitstapjes ondernam om volop van al het moois in Bolivia te genieten.
  • Coroico - Aangezien ik in de voorgaande maanden de leukste Boliviaan van het land tegen het lijf ben gelopen, stond dit tripje al voor mijn vertrek naar Colombia gepland. Door mijn abrupte vertrek uit La Paz heb ik dit ´paradijs´ dichtbij de stad nooit bezocht en daar altijd spijt van gehad. Pablo als toerist in eigen land kent het ook niet en daarom gaan we samen deze groene regio verkennen. Na een nachtelijke busrit van twaalf uur brengen we eerst een dagje door in La Paz, waar we een rendez-vous hebben met Gustavo en zijn vriendin Jhindalina. Bij hem woonde ik destijds in huis en het lijkt nog helemaal geen vijf maanden geleden dat we afscheid hebben genomen! Verder zijn we deze dag frequente bezoekers van de busterminal, want mijn bagage is per ongeluk verkeerd gelabeld en dus in Cochabama terecht gekomen. Na een avondje als een echte ´Paceña´ (inwoner van La Paz) op stap te zijn geweest, nemen we halverwege de volgende dag de minibus richting Coroico. Dit dorpje ligt in ´de Yungas´, een groene tropische streek. In twee en een half uur verandert alles om ons heen: van een grote, koude (want hooggelegen) stad komen we via diepe afgronden, stoffige wegen en groene bergen terecht in een andere wereld. Met het stof in onze haren stappen we uit in het dorpje tussen de bergen, terwijl we de ene na de andere laag uitpellen tot op ons t-shirt. Op twintig minuten van Coroico vinden we een klein appartementje tussen het groen, waar we drie dagen blijven én mijn verjaardag vieren. We ontbijten in de zon, zien her en der een eekhoorn of capibara voorbij hupsen en zwemmen in één van de zwembadjes die we voor onszelf hebben. Na de minivakantie van vier dagen gaan we bedolven onder muggenbulten weer terug naar La Paz én met de nachtbus richting Sucre.


  • Macha - Mijn meest bizarre uitstapje tot nu toe volgde al snel na terugkomst uit Coroico. Met een groepje kinderen en begeleiders van Ñanta laadden we onszelf voor acht uur in de achterbak van een vrachtwagen met als doel het tinkufestival in Macha. De tinku is een van de traditionele Boliviaanse dansen, gebaseerd op een vechtritueel. Dit ritueel wordt nog maar origineel uitgevoerd in één plaats, namelijk Macha. Als de sterren van het Zuiderkruis in een bepaalde positie staan komen de bewoners van omliggende kleine dorpjes allemaal naar dit dorp. Ze doen dit dansend, kilometers lang. Eenmaal in Macha, gaan de dorpsbewoners gevechten met elkaar aan. Volgens de overlevering is het bloed dat vloeit voor Pachamama. Hoe meer bloed er vloeit, hoe beter. Vorig jaar zijn er bijvoorbeeld drie doden gevallen bij dit ´festival´. In de loop van de nacht komen de dorpsbewoners per groep aan in Macha, ´s ochtends vroeg begint het tinkugebeuren met als ergste schade een paar bloedneuzen. Maar in de loop van de ochtend loopt het meer en meer uit de hand. De groepen stuiven door de straten, bedwelmd door alcohol, in trance en aan de agressieve blik in hun ogen te zien, vastberaden hun tegenstander flinke schade aan te brengen. Niet alleen de mannen kunnen er wat van, ook de vrouwen stropen hun mouwen op en knopen hun twee zwarte vlechten nog eens extra vast. Zolang ze één tegen één vechten is er niet veel aan de hand. Maar op de straathoeken en verderop bij de rivier gaan hele groepen met elkaar op de vuist. Af en toe moeten we dan ook flink rennen voor het traangas dat de politie in zulke gevallen rondstrooit om dit te voorkomen. In de loop van de dag moeten we steeds vaker over de neergevallen mannen heenstappen, die geveld door alcohol, vermoeidheid en de gevolgen van een gevecht bewegingsloos op staat neervallen in een soort coma. Voor het vallen van de avond maken we ons uit de voeten, want bij het ondergaan van de zon trekt ook de politie terug en zal het echt uit de hand gaan lopen. Uit verhalen van voorgaande jaren horen we dat ´s nachts bij de rivier de doden vallen. Die ervaring besparen we onszelf liever en maken ons aan het einde van de middag uit de voeten. De grote groep gaat weer met de vrachtwagen. Linda, Sietske en ik willen eerder met de bus, maar daar komt na driekwartier wachten nog geen beweging in. En dus gooien we onze blonde haren in de strijd en kunnen meeliften met wat later drie Braziliaanse jongens van een flimploeg blijken te zijn. ´Wat een gekkenhuis´ verzuchtten zij, terwijl de bestuurder het gas flink intrapt en wegscheurt de heuvels in met ons in de achterbak. Ook wij slaken een zucht van verlichting, maar zijn wél blij met de ervaring. De kans om een dergelijk ritueel mee te maken als toerist is erg klein en uniek. Voor de deelnemers is deze manier van ´vieren´ een belangrijke en een kans om hun kracht te laten zien aan iedereen. De doden worden in het jaar daarna nog geeerd en dus is het geen schande om op deze manier aan je einde te komen. Bovendien is eventueel letsel later voorbeeld van een heldendaad, iets om mee te pronken (je dichtgeslagen oog of gebroken neus). Wij aanschouwen het hele gebeuren vanaf de zijkant met open mond, blij met de aanwezigheid van onze Boliviaanse medereizigers van Ñanta, die ons veel weten te vertellen dan vooral wat wél en niet kan. Dit was éen keer uit nieuwsgierigheid, maar niet nog een keer!


  • In de weken die volgden stapten Pablo en ik nog een keer in de nachtbus, deze keer naar Santa Cruz. De grootste stad van Bolivia, die ik nog steeds nooit had bezocht. Het is dan ook niet meer dan een grote en vooral warme stad in het zuiden van het land. We gaan naar de dierentuin om veel voor mij ´tropische´ diersoorten (lama´s, capibara´s, Pelikaan enz) te bewonderen, net als de ´gewone´ aanwinsten zoals tijgers, apen en beren. De volgende dag schuiven we aan in een overvol stadium voor dé voetbalwedstrijd van het jaar tussen de twee clubs van Santa Cruz: Blooming en Oriente. Met veertigduizend mensen in het stadium is het een gekkenhuis met muziek, vuurwerk en veel geroep en geschreeuw. Nog even een lesje spaanse scheldwoorden op de valreep. Verder worden we door een vriend van Pablo uitgenodigd voor een groot bedrijfsfeest op een mooie locatie net buiten de stad, waar we de hele avond gratis bier drinken en genieten we van de heerlijke temperatuur (zo´n 25 graden) en al het moois en lekkers dat deze moderne stad te bieden heeft. Na een stoffige busrit van zestien uur worden we weer netjes afgeleverd op de busterminal van Sucre.

  • Verder ga ik nog borrelen met Linda en Sietske in de warmwaterbronnen van Chaqui, een dorpje in de buurt van Potosi. We hebben het zwembad met warm vulkaanwater voor onszelf, waardoor we tot laat in de avond onder de sterren baden. Als drie blonde ´gringas´ vormen we een ware attractie in dit bergdorpje. Hoewel we op de bonnefooi gaan, kunnen we onze bestemming niet missen omdat de hele bus ons in de gaten houdt. Wanneer we uitstappen worden we dan ook door alle inzittenden vriendelijk uitgezwaaid en vooral nagekeken. In de tussentijd hebben we natuurlijk ook nog Koninginnedag gevierd, waarschijnlijk nog groter dan in Nederland door het nare ongeval. Een paar keer Nederlands gekookt, zoals huzarensalade en tomatensoep (mét ballen) en twee pubquizzen gehouden.

Inmiddels is mijn laatste week in Sucre aangebroken. Volgende week woensdag neem ik de bus richting grens, voor een laatste lange zit (24 uur) vanaf daar naar Buenos Aires. Waar Kate op me wacht, het meisje waar ik La Paz mee samenwoonde!! Dat vooruitzicht maakt het naderende afscheid nét even wat minder erg. Maandag 15 juni stap ik in Buenos Aires op het vliegtuig, om rond het middaguur (de planning is precies 11.20 uur) te landen op Schiphol. Om me vervolgens te storten op het bezichtigen van alle nieuw gekochte en gehuurde huizen, het bezoeken van de aangekondigde bruiloften en hopelijk het weerzien met iedereen. Tot snel!

23 april 2009

Over grote borsten, beugels en koude airco´s

Voordat we het wisten, zaten we zes dagen in Cartagena. De sfeervolle stad had alles wat wij, Silke en ik, maar konden wensen: mooie stranden, lekker eten, de eerder genoemde Caribische vibe, warm weer, mooie gebouwen, cafeetjes en natuurlijk winkels. Na bijna een week nam ik dan ook met pijn in mijn hart afscheid van Cartagena.

Maar niet voordat we eerst een sprong hadden gemaakt in een vulkaan met modder. Waarin je niet kunt staan, je bijna niet kunt bewegen, maar wèl je helemaal kunt insmeren met de borrelende substantie die schijnbaar goed is voor onze droge Nederlandse huidjes. Verder maakten we nog een boottocht richting de Isla´s del Rosaria, mooie eilandjes in een helderblauwe zee. Iedereen die we over deze tocht hadden gesproken was aardig enthousiast. Wij ook, tot een uur of anderhalf op het open water. Niemand had ons verteld dat het drie uur (!) varen was tot de eerste attractie: een aquarium. Ok, de dolfijnenshow maakte weer goed en na nog een uurtje op het water en de lunch met een heerlijk visje mochten we eindelijk doen waar we voor gekomen waren èn waar Silke en ik heel goed in zijn: een duik nemen in dat heerlijk warme en op deze plek bijzonder blauwe zeewater. De volgende dag gaan we ´s ochtends al vroeg op pad om de bus te nemen van Cartagena naar Medellin, een van de grootste steden in Colombia waar `de eeuwige lente` heerst. Dat lijkt ons wel wat en de gedachte aan het gematigde klimaat verzacht ons vertrek enigszins. Dit in tegenstelling tot de busrit die vijftien uur in beslag neemt en ons dus om half twee ´s nachts aflevert op de donkere terminal in Medellin. De volgende dagen zien we voor het eerst de aanwezige armoede in Colombia. De binnenstad is vergeven van zwervers en bedelaars en als twee blonde toeristen voelen we ons hier niet echt op het gemak. Daarom pendelen we een beetje heen en weer tussen de luxe shoppingmalls, laten we allebei voor het eerst onze nagels doen en eten we bij ons favoriete Colombiaanse keten: Crepes en Waffles, waar echt alle soorten wafels, crepes en soorten ijsjes op de kaart staan. Na drie dagen gaan we richting de `zona cafetaria`, het groene binnenland met veel koffieplantages. Het uitzicht is spectaculair met veel bananenbomen aan de kant van de weg, steile afgronden, hoge palmbomen en vooral véél groen. Na een wandeling door een vallei met de hoogste palmbomen van Colombia en een shoptour in Armenia, neem ik de bus terug naar Bogota. Na bijna drie weken samenreizen nemen Silke en ik afscheid op de terminal van Armenia zodat zij haar reis kan vervolgen richting Peru en ik naar Bogotá om vervolgens weer naar mijn geliefde Bolivia terug te vliegen.



  • In onze drie weken samenreizen kwamen we tot enkele conclusies over Colombia, die ik jullie niet wil onthouden:




  • buschauffeurs hebben een voorkeur voor vechtfilms met het geluidsvolume op de hoogste stand. Ze draaien er met gemak vijf achter elkaar op een busreis van vijftien uur, waardoor wij helemaal daas en doorgedraaid de bus uitrollen.




  • welke temperatuur het ook is buiten (dertig graden plus bijvoorbeeld) dezelfde chauffeurs zetten de airco het liefst op een graad of veertien, waardoor iedereen in de bus ingepakt zit in dikke truien, jassen en zelfs mutsen. Bij iedere stop is het dus uitpellen geblazen.



  • of de borsten hier nu echt zijn of niet, ze zijn vooral gróót. Ons favoriete tijdverdrijf bestaat dan ook al gauw uit het onderscheiden van de echte borsten van de chirurgisch opgeblazen voorgevels. Het lijkt wel of ieder welgesteld meisje op haar 16e verjaardag een operatie cadeau krijgt, want de cupjes F op maatjes 36 zijn hier zeker geen uitzondering.



  • beugels zijn hier een teken van welvaart en niet zo zeer aan leeftijd gebonden. Wie om zich heen kijkt, ziet dan ook heel wat beugelbekkies glimmen.



  • de mensen zijn hier erg servicegericht: bij alles (echt álles!) wat ze voor je doen zeggen ze ´con mucho gusto´ (`met genoegen`). Hoe goed bedoeld ook, tot het irritante toe...



  • uit dezelfde servicegerichtheid staat er in iedere winkel meteen iemand klaar om je te helpen. Handig bij het zoeken van een andere maat bijvoorbeeld, maar wanneer je gewoon even wilt rondkijken volgt degene die jouw mag helpen je met iedere stap.


Dit is mijn laatste week in het mooie Colombia. Ik wil nogmaals benadrukken dat het negatieve imago absoluut onterecht is. Er is veel politie aanwezig in alle plaatsen en langs de grote wegen zijn ook veel militaire posten. Maar dit zijn militairen van de regering, die tégen de guerrilla zijn en daarom de bussen en langsrijdende auto´s af en toe controleren. De laatste tien jaar is er een goed drugsbeleid gevoerd, waardoor de drugshandel in grote mate is afgenomen. Ik voelde me heel veilig in Colombia en overal waar ik kwam kreeg ik zonder uitzondering alle medewerking. De mensen zijn bijzonder vriendelijk, open en nieuwsgiering en maken graag een praatje. Zolang je niet afwijkt van de goed bereisbare wegen is er niets aan de hand. De Colombianen zijn nog niet erg gewend aan toeristen in hun land en dat is juist wat het zo leuk maakt. Ze zijn bijna vereerd dat je hun land bezoekt en zullen je dan ook niet méér laten betalen dan de lokale bevolking. Dankzij de onbekende charme van het land zijn de prijzen nog heel goed te doen, wat waarschijnlijk over een jaar of tien wel anders is. Colombia is in ontwikkeling en dat is te merken. Ik vlieg weer terug naar Bolivia om nog een paar weken door te brengen in mijn geliefde Sucre. Colombia was absoluut een nieuw hoogtepunt tijdens mijn reis!

11 april 2009

Caribische vibe

Voor wie nog geen vakantieplannen heeft voor de komende zomer: ga naar Colombia! Vooral na de afgelopen week aan de Colombische kust heeft de vakantiespirit zich van me meester gemaakt. Met mijn kont in het zand, onder een palmboom eet ik af en toe een visje, geniet ik van een verse fruitsalade en het heerlijk warme water van de Caribische zee.

Na een paar dagen in een van de meest koloniale stadjes van Colombia, Barichara, neem ik afscheid van mijn reisgezelschap. De Amerikaanse Brian en zijn veel jongere Colombiaanse ´vriendin´ zijn na mijn vertrek weer op hun woordenboek en handen aangewezen, want na vijf dagen is me wel duidelijk dat ze écht nauwelijks kunnen communiceren. ´s Avonds neem ik de nachtbus richting Santa Marta, een zit van ongeveer dertien uur. Bij het inladen van mijn tas begrijp ik dat de bus niet hélemaal naar Santa Marta rijdt, maar de steward belooft me te vertellen hoe ik er dan wel moet komen na het uitstappen. Als ik ´s ochtends mijn ogen opendoe, blijk ik me in een andere wereld te bevinden: die van stoffige wegen, fietskarretjes, hitte, palmbomen en fruitstalletjes. Heel wat anders dan de groene omgeving van de eerste week. De man houdt zijn woord en zet me in the middle of nowhere uit de bus. In de gedeelde taxi blijkt het nog 25 kilometer naar Santa Marta, maar volgens de locals is dat heel normaal. Ik vraag de chauffeur meteen door te rijden naar Taganga, want ik heb mondeling vernomen dat dit dé backpackersplaats is waar ik bovendien op het strand kan liggen. En dát zie ik wel zitten. Maar de chauffeur dropt me bij een hotel waar ik al snel de kriebels van krijg. Ik voel me he-le-maal niet op mijn gemak en krijg als bonus ook nog de jongen van het hotel en gratis blij, die ´zó blij is een meisje als mij te ontmoeten´ en me daarom maar overal achterna loopt. En als ik het strand op loop, weet ik niet of ik het hier wel zo leuk vind. Als ik vervolgens 'casa Holanda' boven de huizen zie uitsteken, weet ik wat me te doen staat. Ik pak mijn spullen in het andere hotel, lever de sleutel in bij een mokkende dame ('ik heb de taxichauffeur geld gegeven en nu ga je weg') en sjok door de hitte richting een warm welkom in Nederlandse sfeer. Wat ik moet doen in het kleine vissersdorp weet ik nog steeds niet, dus ik besluit eerst maar de bus te pakken richting Santa Marta, de verderop gelegen stad. Wanneer ik een minuut in het busje zit, ploft er een lange, blonde reizigster naast me op het bankje. Terwijl we in het Engels babbelen, komen we er al snel achter dat we allebei uit Nederland komen. En zo gaan Silke en ik samen shoppen, eten en de volgende dag naar Nationaal Park Tayrona. Hier brengen we drie relaxte dagen door aan de mooiste stranden die ik ooit heb gezien. 's Nachts slapen we in hangmatten tussen de palmbomen (slaapt overigens heerlijk!), overdag komen we af en toe van onze handdoek af om een visje te eten of een fruitsapje te drinken en op onze weg naar het strand spotten we aapjes in de bomen en een felgele slang naast de weg. Daarna gaan we voor twee nachtjes terug naar Taganga en vervolgens op weg naar Cartagena.


Hier haal ik weer hetzelfde trucje uit met een hotel. Vanwege Semana Santa (paasweek) is half Colombia on the road en zijn alle hotels volgeboekt. We vinden nog net een plekje in een vol hostel waar we op twee verschillende slaapzalen terecht kunnen. Wanneer we daarna ergens gaan eten, komen we er achter dat we het allebei eigenlijk niks vinden en blijken de gok te wagen. Zonder grote rugzak kunnen we rustig rondkijken en zo stappen we het eerste hostel binnen dat we tegenkomen, 'la posada de pirates'. Met allerlei visnetten, landkaarten en piratentekeningen staat is dit vervallen gebouw helemaal in het piratenthema ingericht. Op de bovenste verdieping is een ruime tweepersoonskamer vrij, waar we per direct inkunnen. Voor dezelfde prijs als ons kleine bedje in de krappe slaapzaal! Dat er geen wasbak is en we dus onze tanden poetsen onder de doche, we zelf een slotje op de deur hebben gedaan omdat die er niet was en de deur naar het balkon zo goed als uit zijn voegen valt laten we maar buiten beschouwing want het hostel ligt supercentraal en we hebben de ruimte voor onszelf. Snel halen we onze spullen op en nemen we onze intrek in ons piratenonderkomen. De sfeer van Cartagena is betoverend. De hele stad is ommuurd als wapen tegen de piraten (uit onder andere de lage landen!), de huizen hebben alle kleuren en zijn geschilderd in allerlei kleuren. Verder heerst hier absoluut de Caribische vibe door de veelal donkere bevolking en krijgen we de temperatuur van meer dan dertig graden er gratis bij. Vers fruit is hier in overvloed en iedere dag weer zijn we verbaasd door de vriendelijkheid van de Colombianen. De slogan om Colombia te promoten luidt ' the only risk is wanting to stay'. En daar is wat mij betreft geen woord van gelogen.

30 maart 2009

Omgekeerde cultuurshock

Mijn eerste dagen in Colombia bestonden vooral uit het verwerken van mijn omgekeerde cultuurshock. Want wat is er veel te zien, te doen en vooral te koop in Bogotá! Na zes maanden Bolivia was ik helemaal vergeten dat er een MacDonalds bestaat, dat er chips is met meerdere smaakjes (hier zijn ze bijvoorbeeld van van chips met limoensmaak) en dat er grote winkels zijn met écht mooie kleren, schoenen en alles wat je maar wilt kopen.

Na een heerlijke dag shoppen in La Paz met vriendin Maureen, vertrekt ´s avonds om tien uur mijn vliegtuig richting de eerste stop: Lima. Mijn buurman is een rasechte Peruaanse latino, die er meteen op stáát dat ik zijn telefoonnummer opschrijf, mocht ik ooit Lima bezoeken. Bovendien doet hij me een ketting cadeau, gemaakt van natuursteen door een van zijn vrienden. Omdat die me zo mooi staat. Tja, wat kun je daar nou tegenin brengen..? Na een uurtje wachten in Lima wordt het rond middernacht tijd voor de volgende etappe richting Bogotá. Nadat ik de voorgaande nacht slapeloos doorbracht in de bus van Sucre naar La Paz en de nacht dáárvoor mijn afscheid tot vroeg in de morgen vierde, mis ik een deel van de vlucht en voordat ik het weet sta ik op Colombiaanse grond. Wanneer ik het adres van mijn hostel overhandig aan de taxichauffeur verzekert deze me dat het een slecht hostel is en dat ik beter iets anders kan zoeken. Toch levert hij me er om vijf uur ´s ochtends af en ik breng er drie prima nachten door. De twee hele dagen in Bogota breng ik door met een beetje rondwandelen door deze sfeervolle en hypermoderne stad en met een bezoek aan het ´Museo del Oro´, een van de mooiste musea waar ik ooit ben geweest. Met een collectie oud goud uit de afgelopen eeuwen, maar tegelijkertijd met veel informatie over de geschiedenis van Colombia. Verder probeer ik mijn voeten droog te houden, want de regen komt met bakken uit de lucht. De straat verandert in tien minuten van een straat in een rivier, die nauwelijks over te steken is. In een portiek aanschouw ik pogingen van omstanders om de straat over te steken, maar geen van allen brengt het er goed vanaf en moet richting huis of werk met natte voeten tot de enkels.

Halverwege de derde dag neem ik mijn eerste bus. Gewend aan de Boliviaanse bus (tien uur over hobbelweg, geen toilet, televisie of beenruimte) geniet ik van vier uur in deze luxe bus mét film en over een geasfalteerde weg. Ik stap uit in het dorpje Villa de Leyva, en zoek een hotel aan het grootste dorpsplein van Colombia. De volgende ochtend ontmoet ik bij het ontbijt de Amerikaan Brian en spreek ik met hem af om ´s middags samen een tripje te maken langs de belangrijkste bezienswaardigheden in de buurt. Hij heeft een visitekaartje van een taxichauffeur die ik bel om de afspraak voor ´s middags te maken. Brian zal zijn vriendin ook meenemen. Wanneer ik de deur van zijn kamer open om me aan haar voor te stellen, staat er een meisje van mijn leeftijd, Judy. Ahum. Later blijkt ze een Colombiaanse van 26. Hij spreekt geen Spaans (maar dan ook echt géén Spaans, nul komma nul) en zij geen Engels. Toch lijken ze het naar hun zin te hebben met elkaar, al weet ik waarschijnlijk meer van haar dan hij. Mijn taak als tolk is dus hier een feit. We gaan langs een archeologisch park, een oud klooster en een eeuwenoud groot fossiel. Allemaal aardig, niet heel bijzonder, maar de ritjes door het mooie landschap zijn hier al genoeg om van te genieten. De dag daarna doen we hetzelfde en gaan we met Julio naar twee dorpjes verderop. We bezoeken een klooster wat nog steeds bewoond wordt en later een bijzonder kleurrijk dorpje, Raquira. ´s Ochtends heb ik bovendien nieuwe vrienden gemaakt in ´mijn´ dorp. Terwijl ik een rondje loop op zoek naar een telefoon, kom ik langs een klein kapperszaakje. In de deuropening zit een man, ´Buenos dias!´ roept hij een aantal keer uitdrukkelijk en ik besluit om te keren voor een praatje. Dat heb ik geweten. De man, die later Guillermo blijkt te heten en gepensioneerd militair is, sleept me de kapperszaak van zijn vrouw in, waar ik aan allerlei vragen wordt onderworpen. Waar kom ik vandaan? Wat doe ik hier? Met wie ben ik op reis? Waar heb ik zo goed Spaans leren praten? Als ik vertel dat ik op zoek ben naar een telefoon, zegt mijn nieuwe vriend me de weg te wijzen. Ik bedank hem hartelijk en pleeg mijn belletje naar Bolivia. Wanneer ik klaar ben, staat hij op me te wachten. Of we een biertje doen? Ondanks het vroege tijdstip kan ik dat natuurlijk niet afslaan en ga ik biertjes drinken met Guillermo en zijn veel jongere vriend Jorge. Natuurlijk moet ik meer vrienden ontmoeten en zo wordt ik als een trofee aan de halve mannelijke bevolking van het dorp voorgesteld. Na de belofte om ´s avonds terug te keren om whiskey te drinken en het derde biertje dringend te hebben afgeslagen, kan ik ontsnappen om de taxi te halen. Met weer een aantal telefoonnummers op zak én met een volle blaas, stap ik bij Judy en Brian in de taxi. Maandag verlaat ik het pittoreske Villa de Leyva om met een aantal stops door te reizen richting het noorden, met als bestemming de Caribische kust.

20 maart 2009

Bye bye Bolivia

Mijn laatste dagen in Sucre gaan in. Met een hoop ervaringen rijker en spaanse vocabulaire extra, keer ik weer terug naar de stad waar het bijna zes maanden geleden allemaal begon: La Paz. Hier neem ik maandag het vliegtuig richting Bogotá om Bolivia voorlopig achter me te laten. En in Sucre kan ik een flinke bonus achter laten: meer dan veertienhonderd euro voor Ñanta!

  • Het vorige bericht op mijn weblog had een groter effect dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Tot mijn enorme verbazing zag ik het bedrag voor Ñanta op mijn rekening groeien, en groeien. Door alle bijdragen tot een voor mij ongekende hoogte, waardoor ik méér dan verrast was! Eén van de donateurs had het over ´regendruppels die samen een bui vormen´. Dat blijkt absoluut waar, want samen hebben we een behoorlijke regenbui kunnen vormen. Deze week heb ik namelijk meer dan twaalfduizend boliviano´s kunnen schenken aan het project waar ik de afgelopen drie maanden met heel veel plezier heb gewerkt. Het grootste deel gaat naar Jall´pa: het tijdschrift dat wordt gemaakt en de kinderen kunnen verkopen. Van ieder exemplaar dat ze verkopen, mogen ze de helft van de opbrengst (1,5 bs) houden. Bovendien wordt de inhoud door de kinderen zelf geschreven en getekend, wat weer een mooie vorm van ontspanning en educatie vormt. Door het geld dat ik kon overhandigen, is het volgende exemplaar in ieder geval zeker van uitgave. Iedereen HEEL ERG BEDANKT !! Ik ben erg ontroerd en bijzonder verrast door iedereen in Nederland die zo gul heeft gegeven.
¿De donde eres? is absoluut de meest gestelde vraag van de afgelopen tijd. Soms wel een paar keer op een dag vragen mensen me waar ik vandaan kom. Kon ik in het begin slechts antwoorden met ´Holanda´, inmiddels kan ik uitleggen welke taal ze daar spreken, dat er inderdaad veel koeien zijn, we veel melk hebben, wat ik kom doen in Bolivia, waarom het zo´n leuk land is én dat het mijn laatste week hier is. Terwijl ook in Nederland alles door gaat, verloopt de tijd hier razendsnel. Een half jaar in Bolivia lijkt in een vingerknip voorbij te zijn gegaan.

Samenvatten of terugblikken lijkt vrijwel onmogelijk, daarom maar een puntsgewijze poging:

  • Gewoond in twee steden: La Paz en Sucre. Na 2, 5 maand in het grootstedelijke La Paz is het dorpse Sucre een verademing. Vrijwel alles is hier op loopafstand en ons kent ons. Al mis ik wel de sombrero´s van de cholita´s in het straatbeeld en vergeet ik hier soms dat ik in Bolivia ben.

  • Mijn tijd in Bolivia is dan ook opgedeeld in twee periodes die veel van elkaar verschillen: Het leven in La Paz bij Gustavo en Antonia in huis, werken op de verschillende projecten waar ik niet echt mijn draai kon vinden en met veel Nederlandse mensen om me heen. Vervolgens in Sucre samenwonen met een Fransman, een Amerikaan en een Duits meisje, werken op Ñanta en eindelijk meer Spaans babbelen.

En dan nog in het heel kort:

  • Aantal weken in Bolivia doorgebracht --> 25

  • Uitstapjes gemaakt naar -->het Titicacameer, de jungle van Rurrenabaque, Tiwanaku, Sucre, Potosi, de zoutvlaktes van Uyuni, het carnaval van Oruro, kerst in Serrano, visum verlengen in Tupiza/Villazon, het carnaval van Tarabuco.

  • Spannendste beslissing --> verhuizen van La Paz naar Sucre
  • Meest verrassende dagtripje -->parapenten in de omgeving.


  • Hoogtepunt --> Het leven in Sucre: samen met mijn huisgenoten genieten van het rustige, ongecompliceerde leven hier, afgewisseld met het feestgedrag van de Bolivianen, merken dat ik me steeds beter kan redden in het Spaans en daarbij werken op Ñanta.

  • Dieptepunt --> Carnaval in Oruro, waar mijn creditcard is gestolen, vriendin in het ziekenhuis kwam, mijn telefoon spoorloos was (later weer terug gekregen) en ik iedere twee seconden een waterballon in mijn nek kreeg.
  • Meest bijzondere eten: varkenshuid (waar soms zelfs nog een haar op te ontdekken is)

  • Verder leerde ik nooit een meerdaags uitstapje te maken zonder een rol wcpapier mee te nemen, dat Bolivianen hutspot ook best weten te waarderen, er altijd een reden is tot feest en er niks mis is met een beetje traditie en folklore.

Dit weekend neem ik met pijn in mijn hart afscheid van de stad die me de afgelopen maanden zo lief is geworden. Van de sfeervolle binnenstad, mijn favoriete bar Amsterdam en alle stamgasten, van mijn huisgenoten, de kinderen op Ñanta, mijn Boliviaanse- en gringovrienden en het huis waar ik heerlijk heb gewoond. Komende maandag vlieg ik richting Colombia om daar zes weken rond te reizen. Op 8 mei vlieg ik terug om weer even de sfeer in Sucre op te snuiven en later mijn verjaardag te vieren. Voor wie het nog niet in de agenda heeft staan: mijn terugvlucht uit Buenos Aires staat gepland op 15 juni, de 16e sta ik weer met beide benen op Nederlandse grond. Iedereen nogmaals ontzettend bedankt voor de bijdrage aan Ñanta en het vertrouwen in mijn project en tot blogs!



07 februari 2009

Zij blijven hier

Hoe langer ik op Ñanta werk, hoe leuker het wordt. Ik leer de kinderen beter kennen, kan meer doen en van ze leren. Maar het wordt ook steeds moeilijker: want júist omdat ik hun namen en verhalen ken, graaft het besef zich dieper en dieper naar binnen. Ik mag lekker verder, op reis en zij blijven hier. Om met zwarte handen schoenen te poetsen of tot diep in de nacht in de portieken te wachten om snoep te verkopen tot er genoeg is verkocht om naar huis te gaan en met twee zusjes in één bed te slapen.

  • Ook al heb ik er zes jaar vwo opzitten en vier jaar hbo, na mijn verblijf in Sucre weet ik zeker dat sommige dingen alleen in de praktijk te leren zijn. Zoals dat er kinderen zijn die écht niets hebben. Die niet iedere dag schone kleren kunnen uitkiezen, maar weer dezelfde trui met gaten (echt waar, met gaten) aan doen, voor wie ondergoed een luxe is, net als vrije tijd, naar school gaan of een verjaardagscadeau. Die geen stromend water thuis hebben, laat staan een wc of een douche. Die op school worden gepest, omdat ze er zo moeten bijlopen en na schooltijd moeten werken, áls ze al naar school gaan. Die niet kunnen lezen of schrijven omdat ze thuis de oudste zijn (twaalf jaar) en dus verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het inkomen thuis. Waarvan de vader is weggelopen en hun alcoholverslaafde moeder met zes broertjes en zusjes heeft achtergelaten. Voor wie een liefdevol thuis of drie keer per dag eten onvoorstelbaar is.

Gelukkig is er Ñanta, het project waar ik nu al weer zes weken mee bezig ben. Dagelijks komen er vijftig tot honderd kinderen voor het middageten van 0,50 cent (een symbolisch bedrag om te laten zien dat je niets voor niets krijgt) en wanneer ze tijd hebben, om mee te doen met de activiteiten. Ik loop al weken in plakkigere en met verf besmeurde kleren rond, omdat we druk bezig zijn met carnaval: maskers maken met papier maché. Sommige kinderen komen iedere dag, sommige één keer per week. Ze zetten hun schoenpoetskist in de hoek en gaan een potje voetballen, maskers maken of op de panfluit leren spelen (heerlijk geluid de hele dag, not) voordat ze weer aan het werk gaan. Zoals bekend zijn projecten als dit moeilijk draaiende te houden. Ook hier wordt iedere boliviano omgedraaid en goed nagedacht over de bestemming. Eén ding is zeker: het geld komt op de goede plaats terecht. Daarom mijn vraag: alsjeblieft, help me om iets te kunnen achterlaten waardoor Ñanta nog een tijd door kan gaan. Volgend jaar wordt een financieel moeilijk jaar en ik wil niets liever dan helpen, ook al is het maar een heel klein beetje. Het is zó nodig!
  • Wie wil helpen, graag! Maak een bedrag over op mijn rekening, 3460.50.499, Maaike Wijnstra, Rabobank Den Haag t.a.v Ñanta en alles bij elkaar verzameld zorg ik dat er iets moois van wordt gedaan. Een speciaal uitstapje bijvoorbeeld of iets materieels wat hoog nodig is. Om het motto te onderstrepen ´niets voor niets´ sta ik natuurlijk open voor opdrachten: een foto van iets specifiek Boliviaans, iets uit deze stad of van het project bijvoorbeeld. Stuur me ergens heen, laat me iets opsturen of ergens een foto van maken. Roept u maar en stuur in dat geval een mail. Skip eens een fles wijn, een etentje of een nieuw truitje. Voor dat geld kunnen we hier namelijk al leuke dingen doen. Wat ik nog even wil benadrukken is dat er sinds dit jaar een manier bestaat om de kinderen direct naar school te laten gaan. Voor een bedrag van bijvoorbeeld veertig euro per drie maanden, kan een kind een heel jaar naar school. Wat mij betreft de enige manier om de vicieuze cirkel van het werkende en analfabete bestaan te doorbreken. Natuurlijk zijn er nog honderd manieren om in Nederland geld op te halen zoals flessenacties, kleingeldpotjes, sponsorlopen enzovoort. Denk in zo´n geval eens aan dit doel. Mijn dank is gróót!

22 januari 2009

Wordt het Si or No?

De komende dagen zitten we op een droogje. Vrijdag, zaterdag en zondag mag er nergens alcohol worden verkocht en geldt er een ´ley secca´ (drooglegging). Waarom? Zondag brengen de Bolivianen hun stem uit voor een nieuwe constitutie en dat kunnen ze maar beter met hun volle verstand doen. Si or No, dat is de vraag. Wat Sucre betreft is het duidelijk, dat wordt een dikke NO.

Zoals wel vaker wordt hier omgekeerd geredeneerd: op zondag zijn er veel mensen vrij en dus is dat een perfecte dag om een stemming te organiseren. Zeggen de Bolivianen ja of nee tegen de nieuwe constitutie? Het is een kwestie van vóór of tegen Evo Morales stemmen en daarmee is een ´No´ zeer onwaarschijnlijk. Voor een zak rijst of een stuk vlees willen mensen, vooral op het arme platteland, best van mening veranderen. Bovendien is de aanhang van Evo gróót, al verschilt dit per regio. Sucre behoort tot het rijkere Zuiden en is daarmee geen fan van de boerenzoon. Maar wie naar La Paz gaat, ziet vooral ´Si´ op de muren geschilderd. Zoals altijd bij dit soort vraagstukken, zijn er veel voors en tegens. De constitutie wordt ook wel gezien als een truc van Morales, die hiermee de wet wil omzeilen dat een president zijn termijn van vier jaar nooit kan verlengen. Volgens de nieuwe wet moet dat namelijk wél kunnen. Bovendien wordt het voor ons buitenlanders niet gemakkelijker om naar Bolivia te komen: Evo wil liever niet te veel pottenkijkers en dus de grenzen dichter metselen. Aan de andere kant gaat de levenstandaard van de allerarmsten er door zijn maatregelen op vooruit. Eén ding is zeker, ik ga zondag niet ver de deur uit. Demonstraties zijn nu al aan de orde van de dag. Met muziek, harde knallen, vlaggen, t-shirts, folders en met vlaggen beklede auto´s marcheren nu al duizende Sucreña´s door de straten. Tot mijn grote verrassing vergezeld door fanfarebands. Weer wat ontdekt: die bestaan hier dus ook.